Artikel 430a

Zo nu en dan komt de vraag op waar je bloot mag rondlopen en waar niet. Je gaat daar dan heel redelijk over nadenken en komt tot een conclusie. Prima toch? Helaas blijken er problemen te ontstaan als anderen ook heel redelijk over dezelfde vraag gaan nadenken en tot heel andere conclusies komen. Dit probleem doet zich niet alleen bij blootlopen voor, maar bij ontstellend veel onderwerpen waar mensen met elkaar te maken hebben. Maatschappelijk gezien lossen we de vraag hoe om te gaan met deze verschillende inzichten op door wetten op te stellen. Dat lost veel problemen op want de wet geldt voor iedereen, of je het er nou mee eens bent of niet, of je de wet nou kent of niet.

Over de vraag waar je bloot mag rondlopen is de wet erg bondig. Het is sinds 1986 geregeld in artikel 430a van het wetboek van strafrecht. Dit artikel luidt:

Hij die zich buiten een door de gemeenteraad als geschikt voor ongeklede openbare recreatie aangewezen plaats, ongekleed bevindt op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Het is maar één zinnetje, maar je moet hem toch even goed lezen voor je weet waar de billen bloot mogen. Het artikel begint met een onderscheid naar plaats. Er zijn plaatsen die door de gemeenteraad zijn aangewezen als geschikt voor ongeklede recreatie, daar mag de broek uit. Er zijn ook plaatsen die daarvoor niet zijn aangewezen. Meer mogelijkheden dan geschikte plekken aanwijzen heeft een gemeenteraad niet. Ze kan dus geen plekken aanwijzen die ongeschikt zijn voor ongeklede openbare recreatie.

Voor alle plaatsen die niet als “geschikt” zijn aangewezen moet je opnieuw goed lezen. Je mag bloot, tenzij het op of aan een plek is die zowel voor openbaar verkeer bedoeld is, als ongeschikt is voor blootlopen. Met “voor openbaar verkeer bestemd” gaat het om alle ruimtes en voorzieningen waar iedereen gebruik van mag. Als dat niet in de buurt is, dan mag het. Is het wel in de buurt? Dan hangt het er vanaf. Meestal hangt het van het oordeel van de rechter af. In januari 2017 deed de Hoge Raad hierover uitspraak in een zaak die speelde bij de Delftse Hout. Volgens de Hoge Raad zijn de criteria voor geschiktheid:

  • de maatschappelijke opvattingen (en eventuele veranderingen hierin),
  • ongevraagde of ongewilde confrontatie met naaktrecreanten,
  • verstoring van de openbare orde.

In een verpreutsende maatschappij kan dus vaker besloten worden dat een plek ongeschikt is voor naaktrecreatie. Aangewezen terreinen, zoals Kuinderloo, lopen geen risico.
Er zijn natuurlijk nog meer vragen te stellen rond naaktrecreatie, bijvoorbeeld of je opnames mag maken van blote mensen zonder vooraf hun toestemming te vragen. Die vragen vallen echter niet onder artikel 430a. Zo valt de vraag over de opnames onder artikel 139f, ook van het wetboek van strafrecht.